Home / Kennisbank / Welke vormen van systeemtherapie zijn er?

Welke vormen van systeemtherapie zijn er?

Gezin van vier personen in gesprek met een rustige therapeut in een zacht verlichte therapiekamer met saliegroen muren.

Systeemtherapie is een vorm van therapie waarbij niet één persoon centraal staat, maar de relaties en patronen tussen mensen. In plaats van te kijken naar wat er mis is met een individu, richt systeemtherapie zich op hoe mensen met elkaar omgaan en hoe die interacties bijdragen aan problemen of juist aan herstel. Er zijn meerdere vormen, elk met een eigen focus en aanpak, en in dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over systeemtherapeutisch werken.

Hoe werkt systeemtherapie in de praktijk?

Bij systeemtherapie komen meerdere mensen samen in gesprek met een therapeut, die kijkt naar de onderlinge dynamieken in plaats van naar individuele klachten. De therapeut observeert hoe mensen met elkaar communiceren, welke patronen steeds terugkomen en hoe die patronen samenhangen met de problemen die iemand ervaart. Zo ontstaat een breder beeld dan bij individuele gesprekken mogelijk is.

In de praktijk betekent dit dat sessies plaatsvinden met gezinsleden, partners of andere betrokkenen. De therapeut stelt vragen die mensen uitnodigen om vanuit een ander perspectief te kijken, bijvoorbeeld: “Wat denk jij dat jouw partner voelt als jij dit zegt?” of “Hoe reageerde het gezin vroeger op conflicten?” Dit soort vragen maakt onbewuste patronen zichtbaar.

Systeemtherapie is geen eenrichtingsverkeer. Iedereen in de kamer heeft een stem en draagt bij aan het gesprek. De therapeut fungeert als gids, niet als expert die vertelt wat er fout gaat. Dat maakt de aanpak gelijkwaardig en vaak ook minder bedreigend voor deelnemers die terughoudend zijn om hulp te zoeken.

Wat zijn de belangrijkste vormen van systeemtherapie?

De belangrijkste vormen van systeemtherapie zijn gezinstherapie, relatietherapie, contextuele therapie, narratieve therapie en oplossingsgerichte therapie. Elke vorm heeft een eigen theoretische basis en legt de nadruk op andere aspecten van het systeem, maar alle vormen delen de kerngedachte dat problemen ontstaan en veranderen in relatie tot anderen.

Een overzicht van veelgebruikte vormen:

  • Gezinstherapie: richt zich op de dynamieken binnen een gezin en hoe die bijdragen aan problemen van één of meerdere gezinsleden.
  • Relatietherapie (of partnerrelatietherapie): focust op de interactie tussen twee partners en patronen die de relatie onder druk zetten.
  • Contextuele therapie: kijkt naar loyaliteiten, schuld en rechtvaardigheid over generaties heen, vaak ook wel transgenerationele therapie genoemd.
  • Narratieve therapie: helpt mensen om het verhaal dat ze over zichzelf en hun situatie vertellen te herformuleren, zodat er ruimte ontstaat voor nieuwe perspectieven.
  • Oplossingsgerichte therapie: richt zich niet op problemen, maar op wat al werkt, en bouwt vanuit krachten en uitzonderingen op de probleempatronen.

In de praktijk combineren therapeuten regelmatig elementen uit meerdere vormen, afhankelijk van de situatie en de behoeften van het systeem waarmee ze werken.

Wat is het verschil tussen gezinstherapie en relatietherapie?

Het belangrijkste verschil is de samenstelling van het systeem. Gezinstherapie betrekt het hele gezin of een deel ervan, inclusief kinderen en soms ook grootouders of andere betrokkenen. Relatietherapie richt zich specifiek op de relatie tussen twee partners en de patronen die daarbinnen spelen.

Bij gezinstherapie gaat het vaak om vragen als: hoe beïnvloedt het gedrag van een kind de rest van het gezin, of hoe werkt de communicatie tussen ouders door op de kinderen? De focus ligt op het gezin als geheel en op de rollen die mensen daarin innemen.

Relatietherapie gaat dieper in op de tweerelatie: hoe communiceren partners met elkaar, welke verwachtingen spelen een rol, en hoe zijn conflictpatronen ontstaan? Soms worden ook individuele sessies gecombineerd met gezamenlijke gesprekken, afhankelijk van wat de situatie vraagt.

Beide vormen vallen onder de noemer systeemtherapie omdat ze uitgaan van dezelfde basisgedachte: problemen zijn niet van één persoon, maar ontstaan in de ruimte tussen mensen.

Wanneer wordt welke vorm van systeemtherapie ingezet?

Welke vorm van systeemtherapie wordt ingezet, hangt af van wie er bij het probleem betrokken is en wat de hulpvraag is. Gezinstherapie wordt vaak gekozen bij opvoedingsvraagstukken, gedragsproblemen bij kinderen of conflicten binnen het gezin. Relatietherapie is meer aangewezen bij communicatieproblemen of spanningen tussen partners.

Contextuele therapie wordt ingezet wanneer patronen over generaties heen een rol spelen, bijvoorbeeld bij loyaliteitsconflicten of onverwerkte familiegeschiedenissen. Narratieve therapie sluit goed aan bij situaties waarin iemand vastloopt in een bepaald zelfbeeld of verhaal over zichzelf. Oplossingsgerichte therapie werkt goed wanneer er al krachten aanwezig zijn, maar mensen die niet goed kunnen benutten.

In de ggz, jeugdzorg en eerstelijnszorg wordt systeemtherapie steeds vaker ingezet als aanvulling op of alternatief voor individuele behandeling, juist omdat veel problemen een relationele component hebben die individuele therapie niet altijd bereikt.

Hoe verschilt systeemtherapie van individuele therapie?

Het fundamentele verschil is het perspectief: individuele therapie richt zich op de innerlijke wereld van één persoon, terwijl systeemtherapie de nadruk legt op de relaties en interacties tussen mensen. Beide benaderingen kunnen waardevol zijn, maar ze stellen andere vragen en werken met andere mechanismen voor verandering.

Bij individuele therapie staat de persoonlijke geschiedenis, het denken en het voelen van één cliënt centraal. Bij systeemtherapie is de vraag: hoe beïnvloeden mensen elkaar, en hoe kunnen patronen in het systeem veranderen zodat iedereen er beter van wordt?

Systeemtherapie is niet per definitie beter of slechter dan individuele therapie. Soms is een combinatie het meest passend: iemand volgt individuele sessies én neemt deel aan gezins- of relatietherapie. De keuze hangt af van de aard van de problemen, de betrokkenheid van anderen en de voorkeur van de cliënt.

Welke opleiding of nascholing is er voor systeemtherapeutisch werken?

Voor zorgprofessionals die systeemtherapeutisch willen werken, zijn er zowel volledige opleidingen als gerichte nascholingen beschikbaar. Een volledige opleiding tot systeemtherapeut duurt meerdere jaren en leidt op tot zelfstandig systeemtherapeutisch werken. Nascholingen zijn bedoeld voor professionals die al werkzaam zijn en hun kennis op dit gebied willen verdiepen of verbreden.

Nascholing op het gebied van systeemtherapie is relevant voor een brede groep zorgprofessionals: psychologen, psychotherapeuten, verpleegkundigen, maatschappelijk werkers, jeugdzorgprofessionals en anderen die in hun werk te maken hebben met gezinnen, koppels of bredere sociale systemen. Systeemtherapeutische vaardigheden zijn toepasbaar in veel verschillende contexten, van de ggz tot de jeugdzorg en de eerstelijnszorg.

Hoe wij je ondersteunen bij scholing in systeemtherapeutisch werken

Wij organiseren geaccrediteerde scholingen voor zorgprofessionals die hun kennis en vaardigheden willen verdiepen, ook op het gebied van systeemgericht werken en aanverwante thema’s. Onze bijeenkomsten zijn praktijkgericht: ervaren sprekers reiken je in één dag of dagdeel concrete handvatten aan die je direct kunt toepassen in je werk.

Wat je van ons kunt verwachten:

  • Geaccrediteerde nascholingen erkend door beroepsverenigingen zoals FGzPt, V&VN en ABAN
  • Een mix van theorie en praktijk, met ruimte voor vragen en uitwisseling
  • Scholingen voor uiteenlopende zorgdisciplines, van ggz tot jeugdzorg en eerstelijnszorg
  • Kortingsmogelijkheden zoals vroegboekkorting, collegakorting en groepskorting
  • Zowel fysieke bijeenkomsten als online scholing, afhankelijk van het aanbod

Bekijk ons actuele scholingsaanbod voor zorgprofessionals en ontdek welke nascholingen aansluiten bij jouw professionele ontwikkeling.

Deze inhoud is gegenereerd met behulp van AI en kan fouten bevatten.