Home / Kennisbank / Hoe herken je iemand die getraumatiseerd is?

Hoe herken je iemand die getraumatiseerd is?

Zorgprofessional tegenover teruggetrokken patiënt in rustige spreekkamer, zacht natuurlijk licht, empathische sfeer.

Je herkent iemand die getraumatiseerd is aan een combinatie van gedragssignalen, lichamelijke reacties en emotionele patronen die niet altijd direct zichtbaar zijn. Trauma uit zich anders bij iedere persoon, en dat maakt herkenning soms lastig. Als zorgprofessional is het nuttig om te weten waar je op kunt letten, zodat je tijdig de juiste ondersteuning kunt bieden of doorverwijzen. Dit artikel beantwoordt de meest gestelde vragen over het herkennen van traumasignalen in de praktijk.

Wat zijn de meest voorkomende gedragssignalen van trauma?

De meest voorkomende gedragssignalen van trauma zijn vermijding, prikkelbaarheid, teruggetrokkenheid en plotselinge gedragsveranderingen. Iemand die getraumatiseerd is, kan situaties, mensen of gesprekken vermijden die herinneringen oproepen aan een ingrijpende gebeurtenis. Dat vermijdingsgedrag is een van de meest herkenbare signalen in de dagelijkse praktijk.

Andere gedragssignalen waar je als zorgprofessional op kunt letten zijn:

  • Overmatige waakzaamheid of schrikachtigheid in alledaagse situaties
  • Moeite met concentreren of het vasthouden van aandacht
  • Plotselinge woede-uitbarstingen of sterke emotionele reacties op ogenschijnlijk kleine prikkels
  • Sociaal terugtrekken en isolement
  • Slaapproblemen, nachtmerries of vermoeidheid overdag
  • Risicogedrag of juist extreem controlerend gedrag

Belangrijk om te weten: deze signalen staan zelden op zichzelf. Het is het patroon en de combinatie van gedragingen die richting geven. Traumasensitief werken betekent dat je deze signalen herkent zonder direct conclusies te trekken, maar ze wel serieus neemt als aanleiding voor een gesprek of verdere afstemming.

Hoe uit trauma zich lichamelijk?

Trauma uit zich lichamelijk via het zenuwstelsel, dat na een ingrijpende ervaring langdurig in een staat van verhoogde alertheid kan blijven. Dit kan zich uiten in klachten zoals hoofdpijn, spierspanning, vermoeidheid, maagklachten of een verhoogde hartslag zonder duidelijke medische oorzaak. Het lichaam reageert op onveiligheid, ook als het gevaar al lang voorbij is.

Lichamelijke signalen die kunnen wijzen op een traumareactie zijn onder andere:

  • Chronische spanning in schouders, nek of kaak
  • Hyperventilatie of een gevoel van benauwdheid
  • Dissociatie: het gevoel er niet helemaal bij te zijn of zichzelf van buitenaf te zien
  • Onverklaarbare pijn of lichamelijke klachten zonder aantoonbare oorzaak
  • Sterk verhoogde of juist verlaagde gevoeligheid voor aanraking of geluid

Als zorgprofessional is het nuttig om lichamelijke klachten niet alleen vanuit een medisch perspectief te bekijken. Wanneer iemand herhaaldelijk met vage of wisselende lichamelijke klachten komt, kan het de moeite waard zijn om ook te vragen naar ingrijpende ervaringen in het verleden. Dat vraagt om een open, niet-oordelende houding, wat precies de kern is van traumasensitief werken.

Wat is het verschil tussen een traumareactie en gewone stress?

Het verschil tussen een traumareactie en gewone stress zit vooral in de duur, de intensiteit en de relatie tot een specifieke ingrijpende gebeurtenis. Stress is een normale reactie op druk of uitdaging en verdwijnt doorgaans als de situatie verandert. Een traumareactie houdt aan, ook als de directe aanleiding er niet meer is, en kan het dagelijks functioneren ernstig verstoren.

Bij gewone stress geldt over het algemeen:

  • De reactie staat in verhouding tot de situatie
  • De persoon herstelt relatief snel als de druk afneemt
  • Het dagelijks functioneren blijft grotendeels intact

Bij een traumareactie zie je vaker:

  • Reacties die buiten verhouding lijken tot de huidige situatie
  • Herbelevingen of flashbacks aan een eerdere gebeurtenis
  • Aanhoudende vermijding van bepaalde situaties, mensen of onderwerpen
  • Moeite met herstel, ook als de omstandigheden verbeteren

Dit onderscheid is niet altijd scherp te trekken, en dat is ook niet jouw taak als zorgprofessional buiten je eigen vakgebied. Wat wel nuttig is: signaleer wanneer iemand niet herstelt zoals je zou verwachten, en bespreek dat met de betrokkene of met collega’s.

Hoe herken je trauma bij kinderen en jongeren?

Bij kinderen en jongeren uit trauma zich vaak anders dan bij volwassenen, omdat zij minder woorden hebben voor wat ze meemaken. Gedragsveranderingen zijn hier een belangrijk signaal: een kind dat plotseling terugvalt in eerder gedrag, moeite krijgt op school of zich anders gedraagt in sociale situaties verdient extra aandacht.

Signalen bij jongere kinderen kunnen zijn:

  • Terugval in gedrag dat bij een jongere leeftijd hoort, zoals bedplassen of duimzuigen
  • Nachtmerries of slaapproblemen
  • Klampend gedrag of juist sterk vermijden van contact
  • Spel dat steeds dezelfde ingrijpende situatie herhaalt
  • Lichamelijke klachten zonder duidelijke oorzaak, zoals buikpijn voor school

Bij tieners zie je vaker:

  • Terugtrekken uit vriendschappen of gezin
  • Risicogedrag of zelfbeschadiging
  • Sterk wisselende stemmingen of uitbarstingen
  • Concentratieproblemen en teruglopende schoolprestaties

Traumasensitief werken met kinderen en jongeren vraagt om geduld en een veilige relatie. Kinderen vertellen niet altijd wat er is, maar laten het zien in hun gedrag. Als professional in de jeugdzorg of het onderwijs is het nuttig om die signalen te leren lezen zonder direct te labelen.

Wanneer moet je als zorgprofessional doorverwijzen bij traumasignalen?

Als zorgprofessional verwijs je door bij traumasignalen wanneer de klachten het dagelijks functioneren ernstig belemmeren, wanneer iemand zichzelf of anderen in gevaar brengt, of wanneer de signalen buiten jouw vakgebied of bevoegdheid vallen. Doorverwijzen is geen falen, maar een professionele keuze die de cliënt ten goede komt.

Concrete situaties waarin doorverwijzen aangewezen is:

  • Iemand functioneert langdurig niet op het niveau dat bij hem of haar past
  • Er zijn signalen van zelfbeschadiging of suïcidale gedachten
  • De persoon vraagt zelf om hulp die verder gaat dan jij kunt bieden
  • Jij hebt het vermoeden van trauma, maar mist de specifieke kennis of tools om dit goed op te pakken
  • De situatie vraagt om gespecialiseerde traumabehandeling

Weet ook wanneer je kunt overleggen zonder direct door te verwijzen: een consult met een collega, een multidisciplinair overleg of een korte afstemming met een gedragsdeskundige kan al veel helderheid geven. Traumasensitief werken betekent ook dat je weet wat buiten jouw rol valt, en dat je daar open over bent naar de cliënt. Neem gerust contact op met ons team als je vragen hebt over passende ondersteuning.

Hoe wij je ondersteunen bij traumasensitief werken

Traumasignalen herkennen is een vaardigheid die je ontwikkelt, niet iets wat je van nature meekrijgt. Als zorgprofessional heb je de juiste kennis en handvatten nodig om dit goed te doen in de praktijk. Wij bieden geaccrediteerde scholingen die je helpen om dit thema concreet toe te passen in jouw werkveld. Wat je bij ons kunt verwachten:

  • Praktijkgerichte congressen en scholingen over thema’s zoals trauma, ggz en jeugdzorg
  • Geaccrediteerde bijeenkomsten die meetellen voor jouw registratie-eisen
  • Een balans tussen theorie en praktijk, met ruimte voor vragen en uitwisseling
  • Scholingen voor uiteenlopende zorgdisciplines, van verpleegkundigen tot psychologen en sociaal werkers

Bekijk ons actuele scholingsaanbod voor zorgprofessionals en ontdek welke nascholing aansluit bij jouw praktijk en leerdoelen.

Deze inhoud is gegenereerd met behulp van AI en kan fouten bevatten.